Bij het veranderen van de voortuin komen we behalve veel stoeptegels, ook een obstakel tegen in de vorm van een stenen bak. Een onmogelijk zwaar en naar onze bescheiden mening onooglijk ding. Die moet eruit. Kalmte zal je redden in dit geval: rustig uitgravend en onze krachten bundelend is het gelukt om het ding van zijn plaats te krijgen. We zijn blij dat we hebben doorgezet. Deze zware acties zijn niet goed voor onze lijven, en we hopen dat het zware werk wat minder wordt in de loop der tijd. Misschien dat we sterke personen hebben die nog wat hulp willen bieden bij het leggen van het terras voor het huisje, waar we een bankje willen zetten.



Alle planten die we verleden week hebben gekocht, gaan vandaag ook een plekje krijgen. De Camelia komt voor het huisje, evenals de Buddleja. Verderop, naar de achterkant van de tuin, komt de Rododendron. En aan de kant van het pad met Sue komen twee Cytisus (Brem). We hebben de afgelopen periode zo’n mooie bloeiende Bremmen gezien, dat we hopen dat het bij ons ook zo mooi zal worden. Het is afwachten, vooral op deze kleigrond. De Skimnia krijgt een plekje naast de Dahlia’s, die we een paar weken geleden hebben ingegraven. De grond is nog te nat voor het zetten van de pootaardappelen.





Behalve water willen we ook licht hebben in het huisje. Omdat er (nog) geen stroom is, zullen we het moeten hebben van de olielampjes. Dat valt nog niet mee, die dingen aan de praat te krijgen. De sokjes zitten behoorlijk vast.


Aan het eind van de middag komt Sue langs, en brengt ons een wit wijntje. Wat een beloning! 🙂 Dat is het mooie van deze tuin, het is niet alleen werken, maar ook relaxen.