Roepende in de woestijn

Het is bizar droog. De moestuin lijkt meer op een woestijn. Terwijl ik dit blog schrijf, zondag, regent het. Maar het is te weinig. De meeste regen trekt aan Haarlem voorbij. En je ziet dit op de tuin terug in het feit, dat de plantjes niet wortelen. Ze hebben geen grip. De sterksten overleven, maar er sneuvelt veel. Er zijn nog drie pompoenplantjes over, waarvan er 1 een basis heeft dit het ieder moment kan begeven. Er zit een knik in, zie foto links. Ik trok er ook zo een courgette uit. Ik heb hem teruggezet, maar hij werd slap waar we bij stonden. De andere twee lijken het te redden. De bietenplantjes daarentegen doen het goed, en groeien.

Omdat alles het zo moeilijk heeft, ben ik driftig in de weer geweest met mest. Ik maak steeds wat aan met water, en als het wat is opgelost, verspreid ik het aan de basis van de plantjes. Daarna geef ik (nog meer) water. Het is pompen of verdrogen.
Corina heeft thuis stamslabonen voorgezaaid. Die zijn mooi groot geworden, en gaan de grond in. Er wordt een mooie constructie gebouwd!

Ik denk zo maar dat dit een succes gaat worden.
Ondertussen heb ik de tuinbonen getopt, in de hoop dat de luizen het laten afweten. Maar omdat ik daar niet echt vertrouwen in heb, heb ik naast het kasje met de paksoi, nieuwe tuinbonenboontjes in de grond gezet. Hoe heet zaad als het geen zaad is, maar een boon? 🙂
Van Michaela hebben we een mooie muntplant gekregen. Om woekeren te voorkomen, heb ik die in een pot gezet. ’s Middags drinken we er al een heerlijke muntthee van.

En verder bestond dit bezoek uit water geven, water geven, mesten, mesten, water geven, en….mesten. We doen ons best. Af en toe spreken we de plantjes toe, maar soms ook roepen we iets uit frustratie. Groeien zullen jullie!

Kwetsbaar

Verleden week schreef ik dat ik tevreden ben. Er kan veel veranderen in korte tijd 🙂
De plantjes blijven wel erg klein. Ze zijn kwetsbaar. Dat kan komen door de kou. Ook al vriest het niet meer ’s nachts, de grond is wel koud. Maar er kan ook een andere reden zijn: de grond is arm. De hele winter heeft de tuin onder een dekzeil gelegen. Dat hadden we gedaan om de strijd tegen de kweek te winnen. Maar dat betekent ook een verarming van de grond. En dan hebben we ook nog eens besloten niet te mesten aan het eind van vorig seizoen. Eén en één is twee. Ervan uitgaande dat het een arme grond is, ben ik met moestuinmest aan de slag gegaan. De korrels week ik in water, en het prutje wat dan ontstaat, doe ik bij plantjes die het nodig hebben. Het was een tip van Frans om het op die manier te doen. Dus de pompoen- en courgetteplantjes hebben wat mest gekregen. En nu maar afwachten. Van de pompoenplantjes zijn er trouwens nog vier over.
In de kas doet de paksoi het goed. Wel hebben de (weinige) slakken zich tegoed gedaan aan de eerste twee. Om die strijd eens op een andere manier te winnen dan met koperdraad, heb ik cacaodoppen gekocht. En die heb ik rond de plantjes verspreid. Dat heb ik ook gedaan bij de aardbeien. Andere jaren dekten we de grond rond de aardbeien af met zeil, nu dus met doppen. Mooi droog blijven ze dan. Al is daar op dit moment niet veel voor nodig. Het heeft al een lange poos niet goed genoeg geregend. De grond is erg droog.

Ook de andijvie heeft deze vorm van bescherming gekregen. De rest van de doppen staan in een zak naast het kistje. Dat blauwe zeil heb ik vervangen door een doorzichtige. Kun je tenminste nog iets zien van het kistje zelf 🙂

En dan hebben we nog het verhaal over de tuinbonen. Vroeg gezaaid, en vroeg in de volle grond gezet. Dat zou een garantie moeten zijn voor een luisloos bestaan. Maar niets is minder waar. De plantjes zitten vol met zwarte luis. En dat vreet zijn buikjes vol, dus bonen komen er niet op deze manier. De Oost-Indische kers die eronder was gezet, bloeit nog niet, dus dat is nog geen remedie tegen die luis. En dat ene lieveheersbeestje wat ik heb gezien, kan dit ook niet allemaal behappen. Dus morgen gaan de bonen getopt, ook al zijn ze nog maar klein. Misschien dat dat nog een beetje bonen gaat opleveren. En mogelijk toch nog maar een keer extra zaaien en zetten.
Verder heb ik heeeel veel onkruid van de paden verwijderd. Dat is best een klusje, ook omdat de arm en de nek ontzien moeten worden. Maar het ziet er weer netjes uit.

Tevreden

Het gaat goed op de moestuin. Na twee uur werken op de tuin zaterdag, en eens even zitten en kijken, komen we tot de conclusie dat alles er mooi bij staat, en dat we veel hebben staan. Het is allemaal nog klein en kwetsbaar, maar het komt wel.

Corina heeft een blauwe bes gehaald, en deze achterin de tuin gezet. Verder heeft zij zich in bochten gewrongen om het onkruid bij de tuinbonen weg te halen 🙂

Ik heb twee nieuwe courgetteplanten gezet. De vorige, die we hadden voor gezaaid, hebben de kou toch niet goed overleefd. Eén geven we nog een kans. We hebben nu dus drie plantjes staan. De twee die er nu bij zijn gekomen, staan op de plek waar ik pastinaak had gezaaid. Daar is niets van opgekomen. Op de rechter foto zie je de andijvie, die het goed doet.

De thuis gezaaide pompoenplantjes zijn mooi groot geworden, en heb ik nu in de grond gezet. Het is spannend hoe zich dit ontwikkelt, want de plantjes hebben een plek gekregen vóór in de tuin, dus de kans is groot dat ze zich over het pad gaan verspreiden. Maar ja, je moet aan wisselteelt doen hè. Verder hebben we met een stokkenconstructie de aalbes afgedekt met gaas. De bes hebben we ook iets met touw bij elkaar gebonden, want op de één of ander manier is ie heel breed geworden.

Wat nu nog in de planning staat: sperziebonen, zonnebloemen, knoflook, kropsla, en misschien wat meer paksoi. Die doet het trouwens goed onder het kasje. De plastic bescherming moet er gauw af, want het belemmert de groei nu. Maar dan moeten we eerst koperband zien te scoren tegen de slakken. De moestuin ziet er georganiseerd uit (al zeggen wij het zelf)